Hoe krijgt u ervaring als toezichthouder?
Via een traineeship, een zetel in een commissie van de raad, of een eerste functie bij een kleinere organisatie. En als u bestuurder bent of was, telt die ervaring ook.
Via een traineeship, een zetel in een commissie van de raad, of een eerste functie bij een kleinere organisatie. En als u bestuurder bent of was, telt die ervaring ook.
Een toezichthouder staat op afstand van de organisatie. Dat geeft een heldere blik, maar maakt het ook moeilijk om te zien wat er echt speelt. Ervaring helpt om patronen te herkennen. De vraag naar ervaring is dus begrijpelijk, ook al staat hij vaak in een vacature zonder dat iemand kan uitleggen waarom.
Eén tot twee jaar meelopen met een raad van toezicht, met een mentor en een eigen opdracht. De meest directe route, en het antwoord op de ervaringseis. Lees over het traineeship voor aankomende toezichthouders →
De meeste raden van toezicht werken met commissies, zoals een auditcommissie, een commissie kwaliteit of een remuneratiecommissie. Die bereiden adviezen voor de raad voor. In veel sectoren hoeven commissieleden geen lid van de raad te zijn. Als commissielid leert u de organisatie en de raad kennen, en bouwt u ervaring op in uw eigen vak, bijvoorbeeld in het gesprek met de accountant. Voor de raad is het een manier om expertise binnen te halen en opvolging voor te bereiden.
Deze route is uitgewerkt in een artikel van Jef Hendrickx (C3). [link naar het oorspronkelijke artikel]
Een kleinere stichting, vereniging of zorgorganisatie heeft vaak minder concurrentie om een zetel, terwijl het werk hetzelfde is. Ook een raad van advies of het bestuur van een vereniging geeft ervaring die in een volgende procedure telt.
Veel toezichthouders begonnen als bestuurder. Heeft u eindverantwoordelijkheid gedragen, dan bent u vaak ook zonder toezichtervaring een volwaardige kandidaat.